ECLI:NL:RBDHA:2025:13769
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing rechterlijke machtiging tot gedwongen opname wegens onvoldoende ernstig nadeel
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging te verlenen voor de gedwongen opname van cliënt in een verpleeghuis vanwege zijn dementie. Cliënt verzet zich tegen het verzoek en betwist de diagnose en de ernst van zijn ziektebeeld. Hij stelt dat hij nog zelfstandig kan functioneren en mantelzorger kan zijn voor zijn echtgenote.
Tijdens de zitting kwamen verschillende standpunten aan bod. De casemanager en de kinderen van cliënt gaven aan dat cliënt niet meer in staat is tot een redelijke afweging van zijn belangen en dat er sprake is van zorgwekkende situaties zoals bedorven eten en financiële onregelmatigheden. De rechtbank nam ook kennis van een brief van familieleden die niet dagelijks betrokken zijn, maar gaf hieraan geen doorslaggevende betekenis.
De rechtbank concludeerde dat cliënt lijdt aan dementie, maar dat het ernstig nadeel niet zodanig is dat onmiddellijke gedwongen opname gerechtvaardigd is. Cliënt kan zich nog redelijk redden in de thuissituatie en er zijn alternatieven zoals thuiszorg. De opname van de echtgenote in een verpleeghuis beëindigt het door cliënt veroorzaakte ernstig nadeel. De rechtbank wijst het verzoek tot machtiging af omdat niet aan de wettelijke criteria is voldaan.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot gedwongen opname wordt afgewezen wegens onvoldoende ernstig nadeel.