ECLI:NL:RBDHA:2025:13739
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling en informatieplicht bij verblijf in politiecel
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat hij langer dan de toegestane 24 uur in de politiecel verbleef en dat de verstrekte informatiebrief onjuist was, waardoor de maatregel onrechtmatig zou zijn.
Uit het proces-verbaal bleek dat het verblijf in de politiecel op 5 juli 2025 om 11:00 eindigde, binnen de toegestane termijn van 24 uur. De rechtbank verwierp daarom de eerste beroepsgrond. Ten aanzien van de informatiebrief constateerde de rechtbank dat verweerder een brief had verstrekt die betrekking had op een andere wettelijke grondslag dan waarop de bewaring was gebaseerd, wat een schending van de informatieplicht inhoudt. Echter, de rechtbank oordeelde dat dit gebrek niet ernstig genoeg was om de maatregel onrechtmatig te maken, mede omdat eiser vooraf met tolk was gehoord en gebruik heeft gemaakt van zijn rechten.
De rechtbank voerde tevens een ambtshalve toetsing uit en vond geen reden om de maatregel onrechtmatig te verklaren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Wel werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser ter hoogte van €1.814,-.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.