ECLI:NL:RBDHA:2025:137
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en daarbij overwogen dat in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL24.44710) het beroep van verzoeker kennelijk ongegrond is verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
Op basis van deze overwegingen wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.