ECLI:NL:RBDHA:2025:13695
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, met de Guinee-Bissause nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat hij in Duitsland geen toegang had tot rechtsmiddelen en bescherming, en dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar de toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Hij stelde dat hij in Duitsland geen perspectief had, geen documenten kon verkrijgen en geen toegang had tot werk of opvang, wat in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het asiel- en opvangsysteem in Duitsland zodanige tekortkomingen vertoont dat overdracht aan Duitsland een reëel risico inhoudt op een behandeling in strijd met genoemde artikelen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing. Ook was er geen reden om de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 Dublinverordening Pro toe te passen.
Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.