Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 19 maart 2021 werd afgewezen met oplegging van een inreisverbod van twee jaar. Verzoekster stelde bezwaar in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Na het gegrond verklaren van het bezwaar op 7 oktober 2021 trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg zij om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft vervolgens de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek tot proceskostenvergoeding. De minister gaf aan dat het primaire besluit was herroepen, maar niet onrechtmatig was, en zag daarom geen aanleiding tot vergoeding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het verzoek om voorlopige voorziening niet de aanleiding was voor het besluit op bezwaar. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door het bestuursorgaan.