ECLI:NL:RBDHA:2025:13678
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland
Verzoekster had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van haar aanvraag. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 22 juli 2025. Verzoekster was hierbij aanwezig met gemachtigde en tolk, de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Na het onderzoek ter zitting werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk, waarmee de beslissing definitief is geworden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.