De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij hun grootmoeder. De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag. De kinderen verblijven bij de grootmoeder moederszijde, waar zij rust, stabiliteit en een veilige omgeving ervaren.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de ouders, de grootmoeder en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig. De kinderen hebben schriftelijk hun mening kenbaar gemaakt, welke door de kinderrechter is samengevat. Er is een positieve lijn in de opvoedsituatie, maar de kinderen ondergaan een traumabehandeling die veel van hen vraagt. Spanningen tussen moeder en grootmoeder blijven aanwezig, maar het veiligheidsplan functioneert goed.
De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met het belang van continuering van de hulpverlening en de noodzaak van monitoring door een jeugdbeschermer. Ook moet de persoonlijke situatie van de moeder verbeterd worden om een eventuele terugplaatsing mogelijk te maken. De kinderrechter acht verlenging noodzakelijk om de positieve ontwikkeling te waarborgen en de stabiliteit bij de grootmoeder te behouden.
De kinderrechter besluit de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot 10 juli 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na dagtekening.