ECLI:NL:RBDHA:2025:13457

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
23 juli 2025
Zaaknummer
WB 25/10137
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken connexiteitsvereiste

Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder beperking 'arbeid als zelfstandige' ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 9 april 2025 is afgewezen.

Tegen dit besluit maakte verzoeker bezwaar en diende tevens een verzoek om voorlopige voorziening in bij de rechtbank. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld op basis van artikel 8:83, derde lid, Awb.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is omdat niet langer wordt voldaan aan de connexiteitsvereiste van artikel 8:81 Awb Pro. Dit volgt uit het feit dat de rechtbank zich in een gelijktijdige zaak onbevoegd heeft verklaard om van het beroep kennis te nemen, waardoor het bezwaar of beroep niet meer aanhangig is.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de connexiteitsvereiste.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/10137

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 april 2025 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder beperking 'arbeid als zelfstandige' afgewezen.
Verzoeker heeft op 1 mei 2025 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Hij heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang er bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).
2. Het verzoek is ingediend samen met het beroep met zaaknummer AWB 25/10136. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 25/10136, heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van het beroep kennis te nemen. Nu niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van Pro de Awb neergelegde connexiteitsvereiste, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 18 juli 2025 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.