Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking arbeid als zelfstandige. Dit werd bij besluit van 9 april 2025 afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. Eiser maakte op 1 mei 2025 bezwaar tegen dit primaire besluit. Ondanks dit bezwaar stelde eiser op 6 mei 2025 beroep in bij de rechtbank en verzocht om een voorlopige voorziening.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) eerst bezwaar moet worden gemaakt en de beslissing daarop moet worden afgewacht alvorens beroep ingesteld kan worden. Omdat eiser het bezwaar nog niet had afgewacht toen het beroep werd ingesteld, was het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank zag geen reden om het beroep door te zenden op grond van artikel 6:15 Awb Pro, aangezien het bezwaar al was ingediend.
Daarom verklaarde de rechtbank zich kennelijk onbevoegd om van het beroep kennis te nemen en wees het beroep af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 18 juli 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep omdat eiser eerst de bezwaarprocedure had moeten afwachten.