De rechtbank Den Haag behandelde op 11 juli 2025 het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige met een autismespectrumstoornis. De minderjarige is gestart bij een zorginstelling waar zij begeleiding, behandeling, systeemtherapie en onderwijs ontvangt. Beide ouders ondersteunen het traject en werken constructief samen.
De gecertificeerde instelling vroeg aanvankelijk om verlenging met een jaar, later aangepast tot zes maanden, met het oog op de noodzaak van verdere hulpverlening en stabilisatie. De moeder voerde verweer en stelde dat de situatie voldoende stabiel is en dat het niet langer noodzakelijk is om de ondertoezichtstelling te verlengen. De vader stemde in met het verzoek.
De kinderrechter oordeelde dat de vereisten voor verlenging niet meer aanwezig zijn, omdat de minderjarige passende hulp ontvangt en de ouders de hulpverlening accepteren en in staat zijn samen te werken. De ondertoezichtstelling wordt daarom niet verlengd en het verzoek wordt afgewezen.