ECLI:NL:RBDHA:2025:13450
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit nareis machtiging
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank had eerder op 12 november 2024 het eerste beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen een termijn van acht tot twintig weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak en de opgelegde dwangsom heeft verweerder geen besluit genomen binnen de gestelde termijn. Eisers hebben daarom opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank oordeelt dat een nieuwe ingebrekestelling niet vereist is omdat verweerder zich niet aan de eerder gestelde termijn heeft gehouden.
De rechtbank draagt verweerder op om binnen twee weken na de dag van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een verhoogde dwangsom op van € 200 per dag met een maximum van € 15.000. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eisers en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en veroordeling in proceskosten.