Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een machtiging voor voorlopig verblijf van 29 februari 2024. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet noodzakelijk is en het onderzoek zonder zitting gesloten.
De rechtbank constateert dat eiser al een eerder beroep (NL25.8748) heeft ingediend tegen hetzelfde niet tijdig beslissen van de minister over dezelfde aanvraag. Omdat de rechtbank niet twee keer kan beslissen over hetzelfde onderwerp en doel, ontbreekt het procesbelang voor het huidige beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.