ECLI:NL:RBDHA:2025:13162

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
21 juli 2025
Zaaknummer
NL25.14885
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen niet-tijdig beslissen op asielaanvraag na intrekking bestreden besluit

Eiser heeft op 21 juli 2023 een asielaanvraag ingediend. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 24 maart 2025 af. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Op 15 juli 2025 trok verweerder het bestreden besluit in. Eiser verzocht daarop de rechtbank om het beroep om te klappen naar een beroep tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag en om een nieuwe beslistermijn van vier weken te stellen.

De rechtbank behandelde het beroep op 16 juli 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen waren. De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit was ingetrokken en verklaarde het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen werd gegrond verklaard.

De rechtbank vernietigde het niet-tijdig nemen van een besluit en droeg verweerder op binnen vier weken na een aanvullend gehoor op 19 augustus 2025 een nieuw besluit te nemen. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten van €453,50 aan eiser.

Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit is niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het niet-tijdig beslissen gegrond, met oplegging van een dwangsom en proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14885
proces-verbaal van mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. J.P. van Mulken),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal).

Procesverloop

Op 21 juli 2023 heeft eiser een asielaanvraag ingediend.
Bij besluit van 24 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Op 15 juli 2025 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken.
Eiser heeft bij bericht van 15 juli 2025 de rechtbank verzocht om het beroep tegen het bestreden besluit om te klappen naar een beroep tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag en te bepalen dat verweerder binnen vier weken opnieuw dient te beslissen.
De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2025 op zitting in Breda behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. Verschenen is de gemachtigde van verweerder.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat verweerder het bestreden besluit heeft ingetrokken en dat eiser heeft verzocht om het beroep om te klappen naar een beroep tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
2. De rechtbank verklaart het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk, nu dit besluit is ingetrokken en eiser daardoor geen procesbelang meer heeft.
3. De rechtbank verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag gegrond. De rechtbank zal het met een besluit gelijk te stellen niet-tijdig nemen van een besluit vernietigen, verweerder opdragen om binnen vier weken na het aanvullend gehoor op 19 augustus 2025 een besluit op de asielaanvraag bekend te maken en bepalen dat verweerder een dwangsom moet betalen van € 100 voor elke dag waarmee hij deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot het betalen van de vergoeding van de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 24 maart 2025 niet-
ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op de
asielaanvraag gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet-tijdig nemen van een besluit op de
asielaanvraag;
- draagt verweerder op om binnen vier weken na het plaatsvinden van het aanvullend
gehoor op 19 augustus 2025 een besluit op de aanvraag op de asielaanvraag bekend te
maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag
waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en het proces-verbaal hiervan is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.