De rechtbank Den Haag heeft op 17 juli 2025 uitspraak gedaan in de bestuursrechtelijke zaken van twee echtgenoten die beroep instelden tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen. Eerder had de rechtbank op 19 augustus 2024 al geoordeeld dat de beslistermijn van zestien weken was overschreden. Ondanks een eerdere termijnstelling heeft de minister nog geen beslissing genomen.
De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onvoldoende is gemotiveerd en derhalve niet rechtsgeldig is. Gezien de overschrijding van de maximale termijn van 21 maanden zoals genoemd in de Procedurerichtlijn, beveelt de rechtbank dat de minister binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit neemt.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 200 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. Tevens worden proceskosten van € 453,50 toegekend aan eisers voor de beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie.