Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. I.A.G. Lodders).
Samenvatting
.Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft aangifte gedaan als slachtoffer van mensenhandel en verzocht om een verblijfsvergunning. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af, omdat het Openbaar Ministerie geen vervolging instelde en de aanwezigheid van eiseres in Nederland niet noodzakelijk achtte voor opsporing of vervolging.
Eiseres stelde beroep in tegen deze afwijzing en voerde onder meer aan dat het beleid in hoofdstuk B8/3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 niet correct is en geen wettelijke grondslag heeft. De rechtbank oordeelt dat dit beleid een nadere uitwerking is van artikel 3.48 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en dat er geen sprake is van een categoriale uitsluiting van Dublinclaimanten.
De rechtbank concludeert dat de minister gerechtigd is af te gaan op het oordeel van het Openbaar Ministerie en geen verdere onderzoeksplicht heeft. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen verblijfsvergunning krijgt en ook geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag verblijfsvergunning als slachtoffer mensenhandel wordt ongegrond verklaard.