Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:13104

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juni 2025
Publicatiedatum
18 juli 2025
Zaaknummer
NL25.26605
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling

De minister heeft op 25 maart 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van deze maatregel bevestigd tot 7 april 2025. De minister heeft de voortzetting van de maatregel gemeld en een voortgangsrapportage overgelegd, wat gelijkgesteld wordt met een beroep van eiser.

De rechtbank overweegt dat de Marokkaanse autoriteiten in beginsel meewerken aan de verstrekking van een laissez passer en dat de aanvraag van eiser nog in behandeling is. De minister heeft op 12 juni 2025 nogmaals contact gezocht met de autoriteiten. De rechtbank acht de maatregel tot het sluiten van het onderzoek op 20 juni 2025 niet onrechtmatig.

Eisers bezwaar dat het verslag van het vertrekgesprek van 23 april 2025 ontbrak, is ongegrond nu dit verslag alsnog is toegevoegd en eiser niet in zijn belangen is geschaad. De minister heeft in april en mei 2025 vertrekgesprekken gevoerd. Hoewel in juni nog geen vertrekgesprek plaatsvond, betekent dit niet dat de minister onvoldoende voortvarend is. Eiser heeft ook niet voldaan aan zijn medewerkingsplicht om benodigde documenten te verkrijgen.

De rechtbank concludeert dat het zicht op uitzetting naar Marokko niet ontbreekt en dat de minister voldoende uitzettingshandelingen verricht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.26605
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M.A. Krikke),

en

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: H. Toonders).

Procesverloop

De minister heeft op 25 maart 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
De rechtbank heeft de rechtmatigheid van deze maatregel van bewaring al eerder getoetst. Uit de uitspraak van deze zittingsplaats van 11 april 2025 (in de zaak NL25.14021) volgt dat de bewaring tot het moment van sluiten van dat onderzoek op 7 april 2025 rechtmatig was.
De minister heeft de rechtbank door middel van een kennisgeving van de voortduring van de maatregel in kennis gesteld en een voortgangsrapportage overgelegd.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Partijen hebben hierna over en weer schriftelijk standpunten uitgewisseld.
De rechtbank heeft het onderzoek op 20 juni 2025 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Over hetgeen eiser heeft aangevoerd overweegt de rechtbank als volgt.
Zicht op uitzetting en voortvarendheidsvereiste
2. In beginsel werken de Marokkaanse autoriteiten mee aan de verstrekking van een laissez passer (lp). Niet gebleken is dat dat in het geval van eiser anders is. De lp-aanvraag voor eiser is nog in onderzoek bij de Marokkaanse autoriteiten en de minister heeft laatstelijk op 12 juni 2025 gerappelleerd bij deze autoriteiten in verband met de afgifte van een lp. Dat dit onderzoek lang duurt is op zichzelf niet doorslaggevend, te meer niet nu de Marokkaanse autoriteiten niet op voorhand te kennen hebben gegeven geen lp te zullen
verstrekken. Over eisers beroepsgrond dat het verslag van het vertrekgesprek van 23 april 2025 niet bij de voortgangsgegevens is gevoegd overweegt de rechtbank dat de minister dit verslag alsnog heeft toegevoegd.. Het gaat hierbij om relatief eenvoudig te verwerken (nieuwe) informatie, waarop eiser schriftelijk heeft kunnen reageren. Gelet hierop is eiser niet in zijn belangen geschaad. De minister heeft dus op 23 april 2025 en ook op 20 mei 2025 een vertrekgesprek gevoerd met eiser. Volgens vaste rechtspraak moet de minister ten minste één uitzettingshandeling per maand verrichten en het is primair aan de minister om te bepalen welke uitzettingshandelingen noodzakelijk zijn om een vreemdeling uit te zetten.
Dat met eiser in juni nog geen vertrekgesprek is gevoerd, betekent niet dat de minister onvoldoende voortvarend handelt. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de minister in het geval van eiser meer of andere uitzettingshandelingen had dienen te verrichten. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat op eiser de plicht rust om zijn actieve en volledige medewerking te verlenen aan het verkrijgen van concrete en verifieerbare gegevens, waaronder documenten, die nodig zijn om de beoogde uitzetting te bewerkstelligen en dat hij ook zelf de nodige, controleerbare inspanningen moet verrichten om dergelijke gegevens te verkrijgen. Niet gebleken is dat eiser invulling heeft gegeven aan die medewerkingsplicht. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het oordeel dat het zicht op uitzetting van eiser naar Marokko ontbreekt of dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. De beroepsgronden slagen daarom niet.
Ambtshalve toetsing
3. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie
4. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 juni 2025

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.