ECLI:NL:RBDHA:2025:13104
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling
De minister heeft op 25 maart 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van deze maatregel bevestigd tot 7 april 2025. De minister heeft de voortzetting van de maatregel gemeld en een voortgangsrapportage overgelegd, wat gelijkgesteld wordt met een beroep van eiser.
De rechtbank overweegt dat de Marokkaanse autoriteiten in beginsel meewerken aan de verstrekking van een laissez passer en dat de aanvraag van eiser nog in behandeling is. De minister heeft op 12 juni 2025 nogmaals contact gezocht met de autoriteiten. De rechtbank acht de maatregel tot het sluiten van het onderzoek op 20 juni 2025 niet onrechtmatig.
Eisers bezwaar dat het verslag van het vertrekgesprek van 23 april 2025 ontbrak, is ongegrond nu dit verslag alsnog is toegevoegd en eiser niet in zijn belangen is geschaad. De minister heeft in april en mei 2025 vertrekgesprekken gevoerd. Hoewel in juni nog geen vertrekgesprek plaatsvond, betekent dit niet dat de minister onvoldoende voortvarend is. Eiser heeft ook niet voldaan aan zijn medewerkingsplicht om benodigde documenten te verkrijgen.
De rechtbank concludeert dat het zicht op uitzetting naar Marokko niet ontbreekt en dat de minister voldoende uitzettingshandelingen verricht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.