ECLI:NL:RBDHA:2025:13078
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte etnische discriminatie en reëel risico op ernstige schade in Ethiopië
Eiseres 1 heeft namens zichzelf en haar kinderen een asielaanvraag ingediend wegens discriminatie op basis van haar Amhaarse en Eritrese etniciteit in Ethiopië. De minister wees de aanvraag af omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de discriminatie verband hield met haar etniciteit en dat er een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer bestond.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat zij haar huurwoning moest verlaten vanwege haar etniciteit, dat haar bankrekening tijdelijk geblokkeerd was zonder etnisch motief, en dat de problemen met haar bedrijfsvergunning niet etnisch gemotiveerd waren. Ook de stelling dat haar dienstmeisje werd verkracht vanwege haar etniciteit was onvoldoende onderbouwd.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres in staat was geweest om te werken, een bedrijf te runnen en een opleiding te volgen, wat wijst op geen ernstige maatschappelijke belemmering. Het ontbreken van een identiteitskaart werd niet voldoende onderbouwd als reden voor een reëel risico op ernstige schade.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om asiel af. Eisers kregen geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E.A. Braeken op 4 juli 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van etnische discriminatie en reëel risico op ernstige schade.