De rechtbank Den Haag heeft op 10 juni 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van poging tot wapenbezit en het bezit van ruim 7 gram cocaïne. Verdachte zocht via Telegram contact met een verkoper om een Glock 19, munitie en een demper aan te schaffen. Daarnaast werd hem het bezit van cocaïne ten laste gelegd.
Tijdens de terechtzitting van 27 mei 2025 bekende verdachte de feiten, waarna de rechtbank tot bewezenverklaring kwam. De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen, omdat onvoldoende bewijs bestond voor een nauwe en bewuste samenwerking met een medeverdachte bij zowel het wapenbezit als het bezit van cocaïne.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 117 dagen op, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en begeleiding. Een taakstraf werd niet opgelegd vanwege het negatieve advies van de reclassering en de positieve ontwikkelingen van verdachte.
De straf houdt rekening met de ernst van het misdrijf, de jonge leeftijd van verdachte en zijn positieve houding tijdens het schorsingstoezicht. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de onvoorwaardelijke straf.