ECLI:NL:RBDHA:2025:13027
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
De minister van Asiel en Migratie heeft de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat op grond van het Dublin-verdrag Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld en vastgesteld dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep zelf.
Gezien de uitspraak op het beroep is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.