ECLI:NL:RBDHA:2025:12996
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende op 1 mei 2025 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 27 december 2023 al in Zwitserland internationale bescherming had gevraagd. Op grond van artikel 18 van Pro de Dublinverordening werd Zwitserland verzocht eiser terug te nemen, wat werd geaccepteerd.
Eiser stelde dat hij vreest geen toegang te krijgen tot opvang en asielprocedure in Zwitserland en direct uitgezet te worden naar Turkije. De rechtbank oordeelde dat Zwitserland in beginsel verantwoordelijk is en dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat dit vertrouwensbeginsel niet op hem van toepassing is.
De rechtbank nam mee dat eiser tijdens zijn eerdere procedure in Zwitserland wel opvang kreeg en juridische bijstand kon inschakelen. Ook is er een claimakkoord dat de behandeling van zijn aanvraag volgens Europese richtlijnen garandeert. Klachten over Zwitserland dienen bij de daarvoor bestemde instanties te worden ingediend.
De rechtbank is gebonden aan het arrest van het Hof van Justitie van de EU dat het risico op indirect refoulement niet mag worden onderzocht als het vertrouwensbeginsel geldt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kan worden overgedragen aan Zwitserland. Proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en eiser kan worden overgedragen aan Zwitserland.