ECLI:NL:RBDHA:2025:12910
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, die bepaalt dat de lidstaat verantwoordelijk is voor de asielaanvraag die de eerste opvang verzorgt, in dit geval Duitsland.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat hij in Duitsland gevaar loopt door de Albanese maffia en racisme, en dat hij geen toegang heeft tot gratis rechtsbijstand. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
De rechtbank nam het oordeel van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State over, die in eerdere uitspraken had vastgesteld dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen nakomt en dat de toegang tot rechtsbijstand adequaat is. De stellingen van eiser waren onvoldoende onderbouwd en het beroep werd ongegrond verklaard.
De rechtbank besloot dat het niet in behandeling nemen van de aanvraag blijft staan en dat eiser mag worden overgedragen aan Duitsland. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.