ECLI:NL:RBDHA:2025:12880
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 2 juni 2025 deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk wordt geacht voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 4 juli 2025 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. Een kantoorgenoot van de gemachtigde heeft verzocht het verzoek schriftelijk af te doen.
De voorzieningenrechter overweegt dat vanwege de uitspraak op het beroep in de gerelateerde zaak de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld en de voorziening niet langer nodig is.