Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 3 december 2024 waarin de minister werd opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, of binnen twintig weken bij nader onderzoek. De minister heeft binnen deze termijn niet beslist en ook geen mededeling gedaan over nader onderzoek.
De rechtbank acht het beroep ontvankelijk zonder ingebrekestelling, omdat de termijn uit de eerdere uitspraak inmiddels is verstreken. De minister heeft geen verweerschrift ingediend en ook de nadere beslistermijn van acht weken is ongebruikt verstreken. De rechtbank stelt daarom een nieuwe beslistermijn van twee weken na verzending van deze uitspraak vast.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €250 per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €37.500,-. Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van €453,50. De minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.