ECLI:NL:RBDHA:2025:12845
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na voortijdig beroep in vreemdelingenzaak
Eiser diende op 27 november 2024 beroep in tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsdocument buiten behandeling werd gesteld wegens het niet betalen van leges. Tegelijkertijd was bezwaar gemaakt tegen hetzelfde besluit. De minister stelde dat het beroep niet-ontvankelijk was vanwege het voortijdig indienen, aangezien bezwaar eerst had moeten worden gemaakt.
Op 28 februari 2025 trok eiser het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De minister betoogde dat het beroep te vroeg was ingediend en dat het niet redelijk was om de proceskosten aan de minister toe te rekenen.
De rechtbank oordeelde dat voortijdig beroep tegen een besluit waarbij eerst bezwaar had moeten worden gemaakt, niet ontvankelijk is en dat de minister daarom niet in de proceskosten kan worden veroordeeld. Het verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep voortijdig is ingesteld.