ECLI:NL:RBDHA:2025:12817
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- N. Meesters -van Luijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 19 mei 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld en tevens is een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 9 juli 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar verzoeker en zijn gemachtigde afwezig bleven. Op 16 juli 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit.
Omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep tegen het bestreden besluit reeds is behandeld.