ECLI:NL:RBDHA:2025:12715

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
15 juli 2025
Zaaknummer
NL24.4034
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.A. Bouter - Rijksen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29, eerste lid, aanhef en onder b VreemdelingenwetWet vaststellingsprocedure staatloosheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij nationaliteitsvaststelling in asielprocedure

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie waarin zijn nationaliteit is vastgesteld als onbekend, terwijl hij stelt staatloos te zijn. Verweerder heeft aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend, waarbij de nationaliteit in de systemen als onbekend is geregistreerd vanwege het ontbreken van juiste documenten.

De rechtbank heeft onderzocht of eiser belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Omdat eiser reeds de asielvergunning heeft verkregen die hij heeft verzocht, en de vaststelling van staatloosheid niet tot de beoordeling binnen de asielprocedure behoort, concludeert de rechtbank dat er geen procesbelang bestaat.

Eiser voerde aan dat een eerdere vaststelling van staatloosheid zijn naturalisatie zou versnellen, maar de rechtbank oordeelt dat dit belang niet de reikwijdte van de asielprocedure kan uitbreiden en dat voor naturalisatie de registratie in de Basisregistratie Personen (Brp) leidend is.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.A. Bouter - Rijksen op 13 mei 2025 te Rotterdam.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.4034

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser]

[v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M. Issa),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. W.A. Kleingeld).

Procesverloop

Bij besluit van 25 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. Verweerder heeft daarbij overwogen dat eisers nationaliteit in verweerders systemen geregistreerd blijft staan als ‘onbekend’.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld voor zover het ziet op de door verweerder aangehouden nationaliteit (onbekend).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Fawzy. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde
.

Overwegingen

Inleiding
Eiser stelt staatloos te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1989. Volgens hem heeft verweerder ten onrechte zijn nationaliteit als onbekend geregistreerd.
De rechtbank beoordeelt het besluit op eisers asielaanvraag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het bestreden besluit
4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eiser in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b van de Vreemdelingenwet (Vw). Hierbij volgt verweerder de identiteit en herkomst van eiser. Verweerder volgt eiser niet in de door hem gestelde Palestijnse nationaliteit, vanwege het ontbreken van de juiste documenten (een origineel Syrisch reisdocument voor Palestijnen/vluchtelingen of een identiteitskaart voor Palestijnen). Gelet daarop blijft de nationaliteit van eiser op ‘onbekend’ staan bij verweerder.
5. In zijn verweerschrift stelt verweerder zich op het standpunt dat eiser geen procesbelang heeft omdat de asielprocedure geen ruimte biedt voor het vaststellen van de nationaliteit en eiser inmiddels in de Basisregistratie personen (Brp) is geregistreerd als ‘staatloos’. Verweerder concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De beroepsgronden
6. Eiser is het er niet mee eens dat zijn nationaliteit als onbekend is vastgesteld en niet als staatloos en wil dit in rechte getoetst zien.
Procesbelang
7. De rechtbank beoordeelt eerst of eiser belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Deze vraag rijst omdat er aan hem al een asielvergunning is verleend. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft en overweegt hiertoe het volgende.
8. De aanvraag van eiser strekt tot het verlenen van internationale bescherming. Verweerder heeft deze aanvraag ingewilligd en met de verlening van de asielvergunning heeft eiser dus verkregen wat hij heeft verzocht. De vaststelling of eiser staatloos is valt niet onder de reikwijdte van wat verweerder in het kader van een asielaanvraag moet beoordelen. Dat verweerder in het bestreden besluit onverplicht een uitdrukkelijk standpunt heeft ingenomen over de gestelde staatloosheid van eiser maakt dat niet anders, nu dit standpunt geen onderdeel uitmaakt van de criteria waaraan de rechtbank in deze procedure moet toetsen (ECLI:NL:RVS:2024:5316).
9. Gebleken is dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar eiser staat ingeschreven inmiddels de nationaliteit van eiser in de Brp heeft aangepast naar staatloos op basis van een verzoek van eiser op grond van de op 1 oktober 2023 in werking getreden Wet vaststellingsprocedure staatloosheid. Eiser heeft onder verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle van 14 januari 2025 [1] , nog aangevoerd dat hij procesbelang heeft omdat hij eerder kan naturaliseren als in de asielprocedure per eerdere datum wordt vastgesteld dat hij staatloos is. De rechtbank volgt dit niet. Eisers belang bij een eerdere naturalisatie maakt niet dat de reikwijdte van wat verweerder in het kader van een asielaanvraag moet beoordelen moet worden uitgebreid. Bovendien is voor de naturalisatieprocedure de registratie in de Brp leidend.
10. Gelet op bovenstaande heeft eiser geen rechtens te honoreren belang bij de beoordeling van zijn beroep. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
mr.T.M.M. Plukaard, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL24.26667. Niet gepubliceerd, maar bij verweerder bekend.