ECLI:NL:RBDHA:2025:12681
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning op grond van Dublinverordening wegens onvoldoende medische beoordeling
Opposante diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder niet in behandeling werd genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Tsjechië als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen. De rechtbank verklaarde het beroep op 4 april 2025 ongegrond en het verzoek tot voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Opposante stelde verzet in tegen deze uitspraak.
Tijdens de behandeling van het verzet bracht opposante medische stukken in die betrekking hadden op de gezondheidssituatie van haar dochter. De rechtbank oordeelde dat deze stukken mogelijk een ander licht werpen op de vraag of overdracht aan Tsjechië in het belang van het kind is, zoals bedoeld in artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.
Bij de ex nunc toetsing van het beroep werd vastgesteld dat de medische stukken niet waren betrokken bij de eerdere beoordeling, wat een onjuiste toepassing van het recht betekent. Omdat verweerder geen standpunt had ingenomen over deze nieuwe stukken, werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze medische informatie.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens tot vergoeding van de proceskosten van opposante. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 3 juni 2025 door rechter M.D. Gunster.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de medische situatie van het kind.