Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:12680

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juni 2025
Publicatiedatum
15 juli 2025
Zaaknummer
NL25.14025
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 maart 2025 waarbij de Minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen. Verzoeker vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft op 3 juni 2025 uitspraak gedaan in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL25.14024), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan op 18 juni 2025 door rechter M.D. Gunster in aanwezigheid van griffier K. El Mahsini. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14025
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. P. Scholtes),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

Procesverloop

Bij besluit van 25 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verder heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1.
Bij uitspraak van 3 juni 2025, zaaknummer NL25.14024, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningen rechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 3 juni 2025 door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van K. El Mahsini, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.