Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning om een bedrijfsruimte op de begane grond van een woongebouw te transformeren naar vijf short stay appartementen. Het college heeft deze aanvraag geweigerd omdat het bouwplan niet binnen het bestemmingsplan past, niet voldoet aan het Bouwbesluit, en strijdig is met het Haags Hotelbeleid 2021, dat nieuwe hotelinitiatieven beperkt totdat de hotelmarkt zich hersteld heeft.
Eiseres voerde aan dat het bouwplan ruimtelijk aanvaardbaar is en dat het college het vertrouwen had gewekt dat de vergunning zou worden verleend. Ook stelde zij dat het college het welstandsadvies niet had mogen overnemen en dat zij in de gelegenheid had moeten worden gesteld om aanvullende gegevens in te dienen. De rechtbank oordeelde dat het college terecht het bouwplan in strijd met het bestemmingsplan en het Haags Hotelbeleid vond en dat het vertrouwen niet gerechtvaardigd was. Het advies van de Welstands- en Monumentencommissie werd als deskundig en deugdelijk gemotiveerd beoordeeld.
Daarnaast werd geoordeeld dat het achtererf van het naastgelegen pand een besloten karakter heeft en beschermd wordt door het aanwijzingsbesluit en de bestemmingsplanregels. Het gedeeltelijk openen van de blinde zijgevel tast de cultuurhistorische waarden aan. Ook was het niet verplicht voor het college om aanvullende gegevens toe te laten omdat de wijzigingen niet van ondergeschikte aard waren.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het college mocht de vergunning weigeren en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Groes op 11 juli 2025.