ECLI:NL:RBDHA:2025:12544
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak wegens ongegrond beroep
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin is vastgesteld dat verzoeker geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft op grond van het Unierecht en een verwijderingsmaatregel is opgelegd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op 14 mei 2025, waarbij zowel de gemachtigde van verzoeker als die van de minister aanwezig waren. De rechtbank heeft bij uitspraak van dezelfde datum onder zaaknummer NL24.25721 het beroep van verzoeker ongegrond verklaard.
Gezien deze uitspraak acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.