ECLI:NL:RBDHA:2025:12497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 17 juni 2025 behandeld en beoordeelt of de uitnodigingen voor het aanmeldgehoor correct zijn verzonden en of de minister terecht geen toepassing gaf aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank stelt vast dat de uitnodigingen voor het aanmeldgehoor naar het juiste adres zijn gestuurd, namelijk het AZC waar eiser op dat moment verbleef. De verhuizing van eiser vond na de uitnodigingen plaats en was niet op zijn initiatief. Eiser heeft geen zienswijze gegeven tijdens het gehoor. De rechtbank oordeelt dat er geen procedurele tekortkomingen zijn.
Verder is geoordeeld dat de minister terecht geen toepassing gaf aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Hoewel eiser een sterkere band met Nederland heeft en medische klachten, zijn deze omstandigheden niet zodanig bijzonder dat overdracht aan Zwitserland onevenredig hard is. De medische zorg in Zwitserland wordt als vergelijkbaar beschouwd en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij na overdracht geen zorg zal ontvangen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het besluit blijft in stand en eiser mag worden overgedragen aan Zwitserland. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.