Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een visum voor kort verblijf en tegen het niet tijdig beslissen op deze bezwaren. Nadat verweerder de bezwaren kennelijk ongegrond had verklaard, trokken verzoekers hun beroep in en verzochten om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn had beslist en daarmee geheel aan het beroep van verzoekers tegemoet was gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Awb werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
De proceskosten werden vastgesteld op € 453,50, gebaseerd op het indienen van het beroepschrift met een lichte wegingsfactor, aangezien het beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 11 juli 2025.