ECLI:NL:RBDHA:2025:1248
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel wegens Dublin-verantwoordelijkheid Spanje
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de aanvraag van de verzoeker tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de verantwoordelijkheid van Spanje voor de behandeling van de asielaanvraag, conform de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 30 januari 2025, samen met een vergelijkbare zaak (NL24.49010). In die zaak heeft de rechtbank het beroep van de verzoeker ongegrond verklaard, waarmee het bestreden besluit standhield. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding om op basis van andere omstandigheden de voorlopige voorziening toe te wijzen.
Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.