ECLI:NL:RBDHA:2025:1244
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning bij stiefmoeder wegens ontbreken hechte persoonlijke banden
Eisers, twee minderjarige dochters met de Nigeriaanse nationaliteit, vroegen verblijf aan in Nederland bij hun vader en diens echtgenote, de stiefmoeder. De Minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat niet aan de voorwaarden werd voldaan, waaronder het vereiste van hechte persoonlijke banden en het rechtmatig verblijf van de referent.
Eisers voerden in beroep aan dat de afwijzing onvoldoende gemotiveerd was en dat er wel degelijk sprake is van een bijzondere en hechte band tussen de stiefmoeder en de kinderen, ondanks het ontbreken van formele gezagsrelaties. De rechtbank oordeelde dat de stiefmoeder geen biologische of juridische ouder is en dat de kinderen feitelijk niet tot haar gezin behoren, mede omdat zij de kinderen slechts eenmaal heeft ontmoet en er geen gezamenlijke huishouding is geweest.
Verder voldeed de vader niet aan de voorwaarde van rechtmatig verblijf, aangezien hij geen Nederlandse nationaliteit of verblijfsvergunning heeft. De rechtbank bevestigde dat zonder hechte persoonlijke banden geen gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro bestaat en dat daarom geen belangenafweging hoefde plaats te vinden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.