ECLI:NL:RBDHA:2025:12416

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2025
Publicatiedatum
11 juli 2025
Zaaknummer
NL25.3943
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na uitspraak op beroep

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 21 januari 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag in de verlengde procedure als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter overweegt dat op dezelfde dag, 10 juli 2025, de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep zelf (zaaknummer NL24.3942). Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, omdat hoger beroep of verzet tegen deze uitspraak niet mogelijk is volgens artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag al uitspraak is gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.3943

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.C. van Asperen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 21 januari 2025 heeft verweerder asielaanvraag van verzoeker in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.3942, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 10 juli 2025 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.