ECLI:NL:RBDHA:2025:12394
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksualiteit en afvalligheid als kennelijk ongegrond
Eiser, een Egyptische nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland wegens mishandeling en onwettige detentie vanwege zijn homoseksualiteit en afvalligheid van de islam. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond wegens onvoldoende geloofwaardigheid en gebrek aan bewijs.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister de geloofwaardigheid van de gestelde seksuele geaardheid en afvalligheid zorgvuldig heeft beoordeeld, waarbij onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat eiser daadwerkelijk vervolging of ernstige schade bij terugkeer te vrezen heeft. Tegenstrijdigheden in verklaringen en het ontbreken van ondersteunende documenten speelden een belangrijke rol.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser dat de beoordeling onvoldoende gemotiveerd was, en concludeerde dat de minister terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Tevens is het opgelegde inreisverbod van twee jaar passend geacht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod van twee jaar blijft van kracht.