ECLI:NL:RBDHA:2025:12336
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens late besluitvorming minister
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier als economisch niet-actieve langdurig ingezeten derdelander. Op 10 juni 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde. De minister reageerde niet op dit verzoek.
De rechtbank oordeelt dat de minister tegemoet is gekomen aan het beroep door alsnog te besluiten, waardoor proceskostenvergoeding aan verzoeker toekomt. Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van een professionele hulpverlener, wordt een vast bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 453,50 aan proceskosten en tevens het door verzoeker betaalde griffierecht. Er is geen zitting gehouden omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker.