ECLI:NL:RBDHA:2025:12334
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. Eiser stelde dat het besluit in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest vanwege zijn hepatitis B en het gebrek aan adequate medische zorg in Duitsland, wat zou leiden tot een onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheid.
De rechtbank overwoog dat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden aangenomen dat Duitsland passende en toegankelijke medische zorg biedt. Eiser heeft geen medische stukken overgelegd die zijn stellingen onderbouwen en heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Duitsland niet adequaat behandeld kan worden.
Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om het besluit te vernietigen of om nader onderzoek te gelasten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.