ECLI:NL:RBDHA:2025:12264
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en toepassing richtlijn 2008/115 bij langdurig illegaal verblijf
Eiser, met Egyptische nationaliteit, verblijft sinds 1991 in Nederland en heeft na beëindiging van zijn rechtmatig verblijf meerdere terugkeerbesluiten ontvangen die in rechte vaststaan. Op 9 september 2024 is opnieuw een terugkeerbesluit opgelegd, waartegen eiser beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat dit laatste besluit geen nieuwe rechtsgevolgen heeft, aangezien eerdere terugkeerbesluiten onverminderd van kracht zijn en eiser het grondgebied van de Unie niet heeft verlaten.
De rechtbank stelt vast dat verweerder verplicht is om bij het nemen van een terugkeerbesluit rekening te houden met de belangen en het non-refoulementbeginsel zoals neergelegd in artikel 5 van Pro richtlijn 2008/115. De motivering van het terugkeerbesluit is echter summier en onvoldoende onderbouwd, mede doordat de betrokken ambtenaar niet op de hoogte was van eerdere terugkeerbesluiten. Eiser heeft tijdens het gehoor verklaard gehandicapt te zijn en medische aandoeningen te hebben, maar deze omstandigheden zijn niet tijdig ingebracht om bij het besluit te worden betrokken.
De rechtbank benadrukt dat het niet ambtshalve beoordelen van een verblijfsvergunning op grond van richtlijn 2008/115 niet betekent dat een terugkeerbesluit zonder nadere toetsing kan worden genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen uitzonderlijke omstandigheden heeft aangetoond die het terugkeerbesluit in de weg staan. Er is geen sprake van een reëel risico op schending van het non-refoulementbeginsel of het recht op eerbiediging van het privéleven dat een terugkeer zou verhinderen.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft van kracht.