Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag om vernieuwing van zijn verblijfsdocument EU voor verblijf als verzorgende ouder van een Nederlands minderjarig kind. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Hierdoor is het beroep terecht en gegrond.
De rechtbank legt de minister een nadere beslistermijn van twee weken op, ingaande na de dag van verzending van deze uitspraak, omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een langere termijn rechtvaardigen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-, voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en een deel van de proceskosten, vanwege het inschakelen van een professionele gemachtigde. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.M. Mulder op 4 juli 2025.