Verzoeker heeft tegen het besluit van de minister tot beëindiging van zijn verblijfsrecht op grond van het Terugtrekkingsakkoord bezwaar gemaakt en beroep ingesteld. Tegelijkertijd verzocht hij om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang, omdat verzoeker geen middelen van bestaan heeft en dreigt zijn huis te verliezen. Dit blijkt uit stukken van onder meer Housing First, het Leger des Heils en betalingsachterstanden bij de zorgverzekeraar.
Gelet op de complexiteit van de zaak wordt volstaan met een belangenafweging. De voorzieningenrechter acht het noodzakelijk het besluit te schorsen tot de uitspraak in de bodemprocedure, die gepland staat op 22 augustus 2025. De minister heeft geen belangen aangevoerd die zich tegen schorsing verzetten.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en veroordeelt de minister tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarmee toegewezen en het bestreden besluit geschorst.