ECLI:NL:RBDHA:2025:12026
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkverklaring
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 17 april 2025 in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 11 juni 2025 samen met een gerelateerde zaak. Tijdens de zitting waren de gemachtigden van verzoeker en minister aanwezig.
Op 8 juli 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan over het beroep in zaaknummer NL25.18306. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.