ECLI:NL:RBDHA:2025:12010
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen intrekking verblijfsvergunning wegens niet tijdig bezwaar ongegrond verklaard
De minister van Asiel en Migratie heeft op 1 augustus 2024 het besluit genomen om de verblijfsvergunning van eiser in te trekken. Eiser stelde bezwaar in op 3 december 2024, ruim na de gestelde termijn van vier weken. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
Eiser betoogde dat het besluit niet op correcte wijze aan hem bekend was gemaakt, omdat het naar het adres van zijn voormalige partner was gestuurd terwijl hij daar sinds 1 maart 2024 niet meer stond ingeschreven. De rechtbank constateerde echter dat eiser geen nieuw adres had doorgegeven en bij latere aanvragen nog steeds het adres van zijn voormalige partner gebruikte.
De rechtbank oordeelde dat de minister geen aanleiding had om te veronderstellen dat het besluit niet op juiste wijze was bezorgd. Hierdoor was de bezwaartermijn correct gestart op 2 augustus 2024, en was het bezwaar te laat. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Een vergoeding van proceskosten werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard wegens te laat ingediend bezwaar.