ECLI:NL:RBDHA:2025:12009
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens besluit minister verblijfsvergunning
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 4 april 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep, waardoor toewijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding passend was. De zaak werd als licht van gewicht beoordeeld, waardoor een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast op het standaardbedrag voor proceskosten bij professionele juridische hulp.
De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van € 453,50 aan proceskosten. Er was geen noodzaak tot het houden van een zitting en de uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker.