ECLI:NL:RBDHA:2025:12008
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens besluit minister
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De minister nam op 16 april 2025 alsnog een besluit op het bezwaar, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep, waardoor toewijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding passend was. Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van een professionele hulpverlener, werd een vast bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5.
De minister werd veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten, inclusief het griffierecht. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 18 juni 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker.