De rechtbank Den Haag heeft op 18 juni 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van vier winkeldiefstallen gepleegd in Leiden tussen september 2024 en maart 2025. De verdachte bekende de feiten, die wettig en overtuigend bewezen werden verklaard. De tenlastelegging betrof het wederrechtelijk toe-eigenen van meerdere verpakkingen vlees en koffie, eigendom van Dirk van den Broek en Hoogvliet.
De verdachte is een stelselmatige dader met meerdere eerdere veroordelingen in de afgelopen vijf jaar. De reclassering adviseerde een voorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar met bijzondere voorwaarden, vanwege de problematiek van de verdachte, waaronder vermoedelijke ADHD, cognitieve beperkingen en een gebrek aan stabiele woon- en sociale omstandigheden. De verdachte toonde motivatie om zijn leven positief te veranderen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van drie maanden onvoorwaardelijk op, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar met een proeftijd van eveneens twee jaar. De bijzondere voorwaarden omvatten onder meer behandeling, verblijf in een beschermde woonomgeving, controle op middelengebruik, en begeleiding door de reclassering. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd afgewezen omdat dit het doel van de ISD-maatregel zou ondermijnen.
De rechtbank wijzigde de bijzondere voorwaarden van de eerdere voorwaardelijke straf zodat deze overeenkomen met die van de ISD-maatregel. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. Hiermee wil de rechtbank zowel de maatschappij beschermen als de verdachte ondersteunen bij het doorbreken van zijn delictgedrag.