Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
Kamerstukken II2024-2025, 19 637, nr. 3345.
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Colombiaanse nationaliteit, vroegen asiel aan vanwege bedreigingen en mishandeling door de ex-partner van de zus van eiseres. Zij voerden aan dat zij vanwege deze situatie en het uitblijven van bescherming door de autoriteiten Colombia hebben verlaten met hun minderjarige kinderen.
De minister wees de aanvraag af omdat het reële risico op ernstige schade bij terugkeer niet aannemelijk was gemaakt. De rechtbank bevestigt dit oordeel, wijzend op tegenstrijdigheden in de verklaringen van eisers, onvoldoende bewijs van concrete dreiging zoals Whatsapp-berichten en een foto met een vuurwapen waarvan niet vaststaat dat deze de ex-partner toont.
Ook het feit dat eisers na vertrek uit Colombia geen contact meer hadden met de ex-partner en dat zij de uitkomst van hun aangifte niet hebben afgewacht, weegt mee. De verwijzing naar algemene landeninformatie over huiselijk geweld in Colombia kan hen niet baten omdat zij zelf geen direct slachtoffer zijn.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M.M.A.F.C. Lienaerts op 20 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.