Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
[betrokkene]
Het verloop van de procedure
Overwegingen
30 april 2024 (met zaaknummer 10881623 / MB VERZ 24-363) waar zij naar verwijst.
Beslissing
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Den Haag
Betrokkene kreeg een verkeersboete van € 84,00 wegens het rijden met een bromfiets die de maximumconstructiesnelheid met maximaal 10 km/u overschreed op 9 februari 2024. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter behandelde de zaak op 17 juni 2025, waarbij betrokkene en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De gemachtigde voerde aan dat de meting met de rollerbank niet deugdelijk was uitgevoerd, onder meer omdat niet was vastgesteld of de motor voldoende was gekoeld, of de bromfiets belast was met lichaamsgewicht of tegendruk, en wat de invloed van de bandenspanning was. Tevens werd proceskostenvergoeding gevraagd.
De officier van justitie stelde dat de meting volgens de vereisten was uitgevoerd en verwees naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die deze meetmethode bevestigde. De kantonrechter vond geen aanleiding om aan de juistheid van de meting te twijfelen en verwierp het beroep. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De opgelegde boete werd bevestigd, zonder matiging wegens bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete wordt bevestigd.