ECLI:NL:RBDHA:2025:11871
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor vier personen in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig is ingesteld na een geldige ingebrekestelling.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Gelet op jurisprudentie en de bijzondere omstandigheden rond aanvragen tot gezinshereniging bij asielhouders, wordt verweerder een termijn van acht weken opgelegd om alsnog te beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 en tot vergoeding van de reeds verbeurde dwangsommen van €1.442. Ook worden de proceskosten en het griffierecht aan eiser toegewezen. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn te beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit wordt vernietigd en verweerder krijgt een termijn en dwangsom opgelegd om alsnog te beslissen.