ECLI:NL:RBDHA:2025:11870
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak Dublin-verordening verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, van Guinese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg daarnaast de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter besloot op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak te doen.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak, was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.